Pleidooi voor lege tijd

“De tijd zit krap in haar heden”, dichtte Gerrit Kouwenaar. Het gedichtje staat op de titelpagina van de essaybundel ‘Stil de tijd. Pleidooi voor een langzame toekomst’ van Joke Hermsen. Blijkbaar raakte Joke Hermsen met haar boek een snaar bij haar lezers; al kort na publicatie in 2009 beleefde het menig herdruk. Mensen herkenden zich in wat zij schreef en werden geraakt door haar appel. Op een zonnige dag in juni spraken we met elkaar over haar boeken en het belang van rust, verveling en aandacht. Dit artikel verscheen eerder in Adrem. Op Zinweb publiceerden we eerder al een recensie van Hermsen’s boek.

Een korte inleiding op haar boek: We kennen allemaal de kloktijd. Een horloge om de pols of de digitale klok op onze telefoon vertelt ons meerdere malen per dag hoe laat het is, hoe lang we nog hebben voor de volgende afspraak en hoeveel haast we hebben om de trein te halen. Of de klok vertelt ons dat die tijd die wel een eeuwigheid lijkt te duren – het wachten op die vertraagde vlucht of in de wachtkamer van de tandarts – in feite maar een paar verstreken minuten was. Naast de kloktijd onderscheidt Joke Hermsen de innerlijk tijd, gebaseerd op de innerlijke beleving van tijd boven de natuurkundige conventies van afgemeten seconden, minuten, et cetera. Een dergelijke beleving van tijd is dynamischer en beweegt mee met onze bewustzijnstoestanden. Als we niet de klok laten regeren, maar ruimte bieden aan hoe wij het verstrijken van tijd ervaren, gaan we onszelf, elkaar en de wereld om ons heen op een nieuwe manier verstaan.

‘Stil de tijd’ is meer dan een analytische beschouwing van het fenomeen tijd. U doet een appel op uw lezers. Welk appel is dat precies?

“Eigenlijk komt mijn appel erop neer dat het tijd is om de menselijke maat in de samenleving terug te vinden. De mens typeer ik in mijn werk rond twee specifiek menselijke vermogens. Het ene vermogen is het vermogen om iets nieuws te beginnen, om opnieuw te kunnen beginnen en om het nieuwe te verzinnen. Dat is de creativiteit. Wij kunnen als enige soort iets nieuws scheppen. En wij kunnen, met wat Hannah Arendt nataliteit noemt, opnieuw geboren worden. We worden opnieuw geboren als we een nieuw inzicht krijgen of een nieuwe weg bewandelen. Het andere menselijke vermogen is het vermogen van de compassie, de empathie, het mededogen. Het vermogen van solidariteit met de zwakke. Dat is ook wat ons van alle andere diersoorten doet onderscheiden. Dat we met de ander kunnen meevoelen. Dat zijn de dingen die ons mensen tot mens maakt. En die twee zaken samen is het appel dat ik doe; dat we ons daar meer op focussen. Niet op rendement, niet op winst- en verliescijfers, althans niet alléén. Ik vind dat het veel te veel is doorgeslagen naar die econometrische benadering van mens en maatschappij. Daar probeer ik tegenwicht aan te bieden.

Om die twee vermogens te doen groeien, te doen ontwikkelen heb je tijd nodig. Als je blijft voortjakkeren in het behalen van je economische doelen kom je daar niet aan toe. Je hebt rust nodig. Je moet bij tijd en wijle een pauze inlassen.”

Wat doet rust met een mens?

“Rust geldt al vanaf de oude Grieken als voorwaarde voor de creativiteit. Plato schreef dat rust – het Griekse σχολή (scholè), het niets doen, wachten, rust nemen, ontspannen – eerst in acht genomen moet worden voor je iets nieuws kan verzinnen, voordat je een oplossing bedenkt. Rust is een voorwaarde voor het denken. En die rust vind ik ver te zoeken in onze samenleving. Die lijkt wat op drift te zijn geraakt. De samenleving lijkt eerder gedreven door onrust. Dus het pleidooi voor rust is geen pleidooi umsonst, maar een pleidooi om bij die menselijke maat te komen, bij creativiteit en compassie. Je kunt niet voortjakkerend oog hebben voor de nood van een ander.”

U schrijft ook over verveling.

“Ja, verveling is zeker ook een manier. Niet perse de ultieme manier. Het is niet zaligmakend, maar het is zeker iets dat onderschat wordt. Ik heb me behoorlijk verveeld in mijn jeugd. En wat gebeurt er dan? Dan ga je mijmeren, dagdromen. Het dagdromen is één van de broedplaatsen van de creativiteit.”

Is rust iets waar je je in kan oefenen?

“Zeker, maar voordat we gaan oefenen moeten we weten wat we willen oefenen. Mijn taak als filosoof en als schrijver is om bewustzijn te creëren. Bewustzijn over hoe belangrijk onze ervaring van tijd is voor onszelf en hoe het samenhangt met onze ontwikkeling en onze menselijkheid. Ik heb eerst het hele fenomeen van de tijd verkend en een maatschappij-kritische analyse van onze huidige ervaring van de tijd geschetst en wat daar nu aan ontbreekt. We gaan vrij neurotisch met onze tijd om. De tijd is zo eenzijdig die economische kloktijd geworden. Dat bepaalt onze levens heel sterk. Pas als je je daar bewust van bent, kan je gaan oefenen. Voor je rust in je agenda inbouwt, moet je wel weten waarom het dan zo belangrijk is. Dat is de vraag van ‘Stil de tijd’.

En hoe we dat kunnen oefenen?

Ik ben natuurlijk geen zelfhulpboek, ik denk dat heel veel mensen dat zelf kunnen invullen, maar er passeren wel allerlei voorbeelden de revue. Bijvoorbeeld in hoeverre kunst ons daarbij behulpzaam kan zijn. Wat doet een esthetische ervaring? Of je nou een boek leest of muziek luistert. Dat voert je aan de hand weg van die op drift geraakte economische kloktijd. Het rumoer van de wereld houdt op. Je komt in een andere tijdservaring terecht. Dus één van de manieren om te oefenen is in mijn beleving een boek lezen of muziek luisteren. Dus dat is eigenlijk ook de politieke noodzaak van kunst. Een noodzakelijk ingrediënt van ons mentale welzijn en een menselijke samenleving.”

U verbindt rust ook met de technologie en de digitale wereld. U voert in verschillende media een pleidooi voor het ‘offline gaan’.

“Om die rust en die aandacht te krijgen is een aandachtsvolle tijd nodig. Aandachtsvolle tijd waarin je belangrijke vragen over jezelf en over de wereld stelt. Die aandacht moet zich kunnen verdiepen en moet niet voortdurend onderbroken worden. En wat doen al die leuke beeldschermen van ons? Die onderbreken voortdurend onze aandacht. Dus een oefening die we ons ter harte zouden moeten nemen, is het oefenen in het offline zijn. Hou je brein gezond door minstens een aantal uren per dag offline te zijn.”

U ziet uw rol als filosoof in het creëren van bewustzijn. Groeit dat bewustzijn al, volgens u?

“Ja, zeker. Je ziet al aan de belangstelling voor de boeken dat er een behoefte is. En niet alleen in mijn boeken, maar men zoekt het overal. In allerlei vormen van slow movements, meditatieplekken, stilte-oorden. Overal is men op zoek om dat evenwicht tussen die twee verschillende tijden, dus enerzijds de kloktijd en anderzijds die innerlijke tijd, te herstellen. Het is mooi om zo’n beweging – een reactie op het overheersende regime van die kloktijd – van wat filosofische en literaire fundamenten te voorzien.

Mijn werk is een appel om eens wat langer bij zaken stil te staan, niet alleen bij een fenomeen als tijd. Het ‘stil staan bij’ is eigenlijk in een notendop de inhoud van Stil de Tijd. Probeer eens aan die innerlijke reflectie toe te komen. Dat is essentieel voor je eigen welzijn en van daaruit heeft het ontzettend veel invloed op mensen die jou omringen. Die rust, of ledigheid, was in onze calvinistische cultuur natuurlijk des duivels oor kussen. Maar ik draai het om. Altijd alleen maar werken is in mijn optiek des duivels oor kussen. Ik pleit ervoor om voor meer lege tijd in te bouwen.”

 

Bron: Zinweb.nl / Adrem